Hieronder kan het verslag gelezen worden:

Geplaatst op: 01-10-2010
Verslag 71 Lattakia SyriŽ september 2010

Op 15 september zijn we om 7.30uur uitgeklaard in Girne op Cyprus. De marinero had ons opgehaald en naar de douane gebracht. Wij gingen als eerste weg en hebben van de 63nm naar de Mora Psaria baai die we afgelegd hebben 1 uur gezeild. Bij een redelijke zeegang en een ZW 3bf moesten wat de afstand betreft de motor bij hebben om wat voortgang te hebben we kwamen om 18.30uur aan. De baai op het uiterste Oostelijke punt van Cyprus was rustig en in 4 meter diepte goed ankeren in zandgrond.

De volgende dag om 5.00uur op voor de 68nm naar Lattakia in Syrië. In het pikkedonker moesten we de punt ronden en de doorgang bij Kaap Andreas. Deze doorgang bij de Killit eilandjes kon alleen bij rustig weer. Anégada en Dulce hebben een andere doorgang genomen dan wij. De 70nm die we moesten gaan al motorzeilend afgelegd de zee was nogal woelig en we hadden 1kn tegenstroom. Gelukkig waren we vroeg weggegaan anders hadden we in donker aangekomen, nu kwamen we om 17.30uur aan. De procedure van aankomst hebben we volgens de regels moeten doen, 12nm voor aankomst melden bij Syria Radio en de vaarweg ingaan op 90gr. recht op de kust, bij 6nm de havenmeester oproepen (geen gehoor gekregen), pas 1nm voor de ingang van de haven contact gekregen met de Syrian Yacht Club. Anégada en Dulce gingen als eerste naar binnen en wij als laatste. We kregen een plek aangewezen door de marinero en hulp bij het op anker naar de kade aanleggen. De mensen van de Yacht Club zijn vriendelijk en behulpzaam met allerlei dingen. De Manager Essam spreekt Nederlands, hij had 19 jaar in Nederland gewoond en gewerkt en zou als hij een baan kon krijgen graag terug willen. We hebben een paar dagen de omgeving verkend, zijn op Syrisch geld uitgegaan (moeilijk te vinden, de atms zijn dikwijls leeg) en hebben met de Dulce en Anégada onze 8 daagse trip door Syrië voorbereid. We hadden wat tips van Essam gekregen en deze heeft er ook voor gezorgd dat we een busje met chauffeur voor een week bij ons kregen. De chauffeur, een Armeen genaamd Norair, kwam zich de avond voor vertrek voorstellen aan ons.

Lattakia is een middelgrote industriestad en zonder een taxi kom je nauwelijks naar het centrum. Nu kost een taxi bijna niets n.l. 50 lira omgerekend 0,85 Euro. Openbaar vervoer is goedkoop, echter uit eten en de bezienswaardigheden kunnen nog al oplopen. Toeristen moeten overal meer betalen dan de lokale bevolking. Geschiedenis van Syrië: Syrië meet maar vierenhalf keer Nederland en telt rond de 18 miljoen inwoners. Een enorm aantal voor een land dat op een groene strook langs de kust na, voor het overgrote deel uit woestijn bestaat. We lazen dat negen van 10 inwoners  van Arabische komaf zijn en de rest Koerden en Armeniërs. Acht van de tien Syriërs is soenniet en heel opmerkelijk één op de tien christen en vervolgens zeven procent alawiet, een sji’ietische variant van de islam, die geen vastomlijnde geloofsleer kent. Het sinds 1969 aan de macht zijnde huis Assad, is afkomstig uit de provincie Lattakia  en hun alawietische achtergrond hebben het land behoed voor een al te grote religieuze invloed op het dagelijks leven. In Lattakia zie je weinig hoofddoekjes en kunt vrijelijk sterke drank kopen. Wel merkten we dat het land een dictatuur is. Heel veel controle door het leger en de geheime dienst schijnt ook overal aanwezig te zijn.

Op 21 september zijn we aan de trip begonnen. We zijn al vroeg met een taxi naar het station gebracht om de trein naar Aleppo te nemen. Wij hadden gekozen voor de trein omdat deze een mooie reis door het land maakte. We waren al vroeg in Aleppo een grote stad waar erg veel vuil op straat te zien was. Aleppo, het oude Jamchad uit de bijbel, heeft een historie die ruim vijfduizend jaar terug gaat. Het is bezit geweest van vele machten. We gingen naar Hotel Al Kanadil in de oude bazaar gelegen. We kregen te horen dat er 2 ipv 3 kamers beschikbaar waren terwijl we er wel 3 van te voren geboekt hadden. Na veel aandrang werd er een reservering verplaatst en konden we er toch blijven. Dat was heel fijn want het hotel was erg sfeervol in een voormalige klooster met leuke oosters ingerichte kamers.

De chauffeur arriveerde ’s middags en we gingen op pad naar de ruïnes van de St. Simeon Basiliek in Quala’ at Samaan. De ruïne lag in een prachtige omgeving op een heuvel. St. Simeon was een excentrieke pelgrim die leefde van 389 tot 459 n.C. en was nogal op zichzelf. Om aan de mensen te ontkomen bouwde hij steeds hogere pilaren om aan de aanraking van mensen te ontkomen. Zelfs weigerde hij met vrouwen te praten, ook niet met zijn moeder. Pelgrims uit Engeland en Frankrijk kwamen naar hem toe om naar zijn preken te luisteren, die hij vanaf zijn pilaar hield. Na zijn dood heeft men om zijn hoogste pilaar een basiliek gebouwd. Van de pilaar is niet veel meer over dan  een steenklomp lijkend op een ei.

De volgende dag een wandeling door de soek (bazaar) al-Zarb, erg oosters met zijn vele winkeltjes en werkplaatsjes. We zijn naar het eind gelopen om de daar gelegen Citadel te beklimmen. De Citadel is 55m hoog en de oudste kern van Aleppo. Tot de vondsten behoren twee stenen leeuwen die deel uitmaakte van een Hettitische tempel uit de 10e eeuw. De weergod Hadad, die de Grieken gelijkstelden met Zeus, werd er vereerd. Over de hellenistische en Romeinse tijd is weinig bekend. Aan het einde van de Arabische periode bouwden de Hamdaniden hier een paleis. Gazih, de zoon van Salah ad-Din, liet kort voor 1200 de 20m diepe gracht en een immense toegangspoort bouwen. Wij hebben de burcht in een warme tocht naar boven beklommen. We zagen moskeeën, een theater, hamam, kazerne en de Mamalukse troonzaal. Helemaal bovenaan is een cafeetje ingericht waar we een prachtig uitzicht over Aleppo hadden.

Na de citadel door de soek terug gelopen langs de Shibani School waar je een permanente tentoonstelling kunt bekijken over Aleppo. Ons doel was de Al Adheliyemoskee uit 1555. Deze verrees onder de Osmaan Mohammed Pasja als centrum van een nieuwbouwwijk op de plaats van een Mameluks militair kamp. Wij hebben de binnenplaats bekeken en de mooie oude ingang. De moskee was gesloten, we hadden graag de oude binnenkant willen bekijken. Verder door de soek naar de Grote ook wel Omayyadenmoskee genoemd met zijn 45m hoge minaret. Deze werd gebouwd door Kalief Al-Walid (705-715). De moskee staat op de plaats van de agora van de antieke stad, van een Byzantijnse kathedraal en van een tuin, die de moeder van Keizer Constantijn liet aanleggen. Het was er een drukte van jewelste met toeristen. Wij zijn niet naar binnen gegaan. ’s Avond kwam Norair ons halen en zijn we in een leuk restaurant, Cantara, met een dakterras wezen eten.

De volgende dag naar Deir ez-Zor. Onderweg een aantal bezichtigingen. We reden via het Assad Meer, het grote stuwmeer in de Eufraat. Het meer is bijna 80km lang en 6 tot 8km breed. Behalve verscheidene dorpen is ook een aantal archeologisch interessante plaatsen in het water verdwenen. Wij hebben aan het meer koffie gedronken een mooi plekje om te vertoeven. Nadat we de dam overgestoken waren was het doel aan de andere kant van het meer Qula’at Jabaar om een Arabisch kasteel te gaan bekijken. Het kasteel bestond al een tijdje toen de kruisvaarders het begin 12e eeuw veroverden. In 1249 raakten ze het kwijt aan de gevreesde Nu red-Din. Toen we er aankwamen bleek het op dinsdag gesloten te zijn. Verder gereden langs de mooie delta van Eufraat. We gingen lunchen in Raqqa. Norair wist een mooi restaurantje langs de Eufraat waar we heerlijke vis hebben gegeten.

Verder door kleine dorpjes naar Halabia waar we de ruïnes van het fort gebouwd door Koningin Zenobia te bekijken. Het fort ligt aan de Eufraat en is omgeven door vruchtbare heuvels. De woestijn is nergens veraf en het opgraving gebied is volkomen dor. Wij waren er op het heetst van de dag en hadden niet de puf om naar boven te klimmen. Tom is echter naar restanten van de rechtbank geklommen die halverwege het fort lagen. Wij zijn verder gereden naar Deir ez-Zor om te overnacht in het Ziad Hotel. We zagen een mooi schoon stadje waar in de omgeving Shell olie uit de grond haalt. Een vertegenwoordiger uit Nederland die in het hotel logeerde, vertelde dat er vroeger een Nederlandse kolonie woonde in dienst van Shell. Wij zijn ’s avonds naar een restaurant aan de Eufraat gelopen. Het restaurant lag naast een 400m lange loopbrug die we na het eten over gewandeld zijn.

De volgende morgen een rit door de woestijn. Prachtig vonden we het. Je zag kleine nederzettingen, bedoeïenen tenten en kuddes kamelen. We zijn bij een kudde gestopt en de oppasser wilde best met ons op de foto. We zagen ook nogal wat olievelden waar de Ja-knikkers de olie uit de grond halen. Ons doel was Palmyra, een naam gegeven door de Romeinen want voorheen hete de stad Tadmor. Deze imposante ruïne stad (oase) was vroeger, 2000 v.C. een centrum van doorgangshandel tussen Egypte, Syrië en Perzië. Wij logeerden in het Zenobia Cham Palace met een prachtig uitzicht over de ruïnes. In de verte zagen we honderden zuilen en een golvende zee van gelig zand.

Na de lunch zijn we op zoek gegaan naar een Japanse Tombe die gerestaureerd is. Helaas was deze gesloten en we hoorden dat er via het museum een afspraak gemaakt moest worden voor een bezichtiging. Wij hadden daar geen tijd voor. We hebben wel een aantal graftorens bezichtigd. In de torens. zijn gaten waar de overledene in begraven werden. Na de bezichtiging naar de Tempel van Bel. Deze grote uit de tijd van Christus stammende Tempel werd genoemd naar de God Baäl. De naam van deze Semitische God betekent simpelweg Heer. De Tempel kwam gereed in het jaar 32. Onderleiding van een gids die veel vertelde over de Tempel zagen we een open ruimte met een offertafel, bijzondere afbeeldingen en inscripties.

Na de bezichtiging van de Tempel liepen we door de prachtige restanten van de triomf boog naar de lange zuilenstraat naar de Tempel van Athena. Halverwege de straat staat een tetrapyloon. Deze bestond uit vier voetstukken met daarop vier zuilen waartussen een beeld stond opgesteld. De oorspronkelijke zuilen bestonden uit roze graniet aangevoerd vanuit Egypte. Wij hebben er een halve dag rond gelopen en genoten. Wil je echter alles zien dan heb je waarschijnlijk 3 dagen nodig om het immense terrein te onderzoeken.

De volgende dag weer een rit door de woestijn naar Damascus waar we 2 dagen bleven. Norair had voor ons een kamer besproken en dat was een verrassing. We logeerden in het nonnen klooster St. Elias. Gelegen in een volkswijk met aan de achterkant rustige kamers met airco, douche en toilet, ze waren netjes en schoon. De indruk die we van Damascus kregen was een beetje afgetakelde binnen stad, luidruchtige, oeroude miljoenenstad. Een stad van uitersten… Als je het nieuw gebouwde gedeelte bekijkt, wij zijn er geweest om naar een groot winkelcentrum te zoeken, zie je luxe woningen en mooie brede straten.

Laat in de middag hebben we het Oktober Oorlog Panorama bezocht. De oorlog in 1973 met Israel ging om de Golan hoogte en heeft Syrië verloren. Je zag er schilderijen, een film, een ronddraaiend panorama en een ruimte gevuld met portretten van voormalig president Hafez al-Assad. We kregen de strijd te zien bij het plaatsje Quneitra op de Golan Hoogte. Mooi verwerkt in een groots panorama. Buiten stond er leger materiaal opgesteld, interessant om dit alles te zien. Aansluitend zijn we naar de berg Qassioun gereden om over de stad heen te kijken, een overweldigend gezicht. Norair bracht ons daarna naar een leuk restaurant in de soek Bab Touma.

De volgende dag ontbrak Tom aan ons gezelschap i.v.m. buikloop. Helaas heeft hij een aantal hoogtepunten van Damascus niet kunnen zien. Ans en ik zijn in ochtend wat inkopen gaan doen. Norair bracht ons naar de winkelstraatjes bij de soek Bab Touma. Hij is als een beschermer meegegaan en heeft voor ons de aankopen geregeld. We denken dat het ons wel wat geld gescheeld heeft. Terug in het hotel zijn Jaap en ik de wandeltoer uit de reisgids gaan lopen door de oude binnen stad.

De stad ligt binnen oude stadsmuren en herbergt een aantal soeks en mooie historische gebouwen. Wij waren er op vrijdag, de zondag voor de islamieten. Er waren veel winkeltjes en werkplaatsjes gesloten, wij vonden dat niet zo erg, want nu kon je rustig wandelen en alles goed bekijken. We gingen door de oostelijke poort uit de Romeinse tijd Bab ash-Sharqi de soek in. In één van de straatjes was de karavanserai Kahn As’ad Pasja al-Azem uit 1752. Wij konden nog net het mooie plafond zien want de deuren gingen dicht om een concert voor te bereiden.

Verder ging het naar het Azem Paleis dat als museum is ingericht. Dit uit 1752 gebouwde paleis werd bewoond door de Gouverneur van Damascus met zijn gezin, As’ad Pasha al-Azem. Het paleis is in een goede staat en wat we zagen aan kamers, klaslokalen, hamam, personeelsverblijf, binnenplaats en tuin was bijzonder door zijn inrichting uit die tijd.

Verder door de nauwe straatjes van soek al-Hamidiyam naar de Omayyaden of Grote Moskee te gaan. Deze stamt uit 705 en is verrezen op de plek waar eens de Romeinse Jupitertempel stond. De moskee wordt beschouwd als één van de beste en indrukwekkendste voorbeelden van de islamitische bouwkunst. Voor het betreden van de moskee kreeg ik een pij aan die mij geheel bedekte. Ondanks Jaap zijn blote armen hoefde hij geen pij aan. De entree was bij het mausoleum van Salah ad-Din die in 1193 overleed. De tombe is vrij aanzienlijk, geheel in de stijl van de vorst. In de tombe ligt rechts zijn lichaam in een houten sarcofaag. Links is er een rijkversierde marmeren sarcofaag geschonken door Keizer Willem II van Duitsland bij de restauratie van de tombe. Van alle vorsten die de kruisvaarders bestreden spreekt Saladin het meest tot de westerse verbeelding. Hij was de grote tegenstander van Koning Richard Leeuwenhart. In de Arabische wereld was Saladin minder populair, men verweet hem dat toen er zich een kans voordeed dat hij niet alle kruisvaarders heeft verjaagd.

Verder lopend betraden we het binnen plein van de Omayyaden Moskee. Omdat het een Islamitische rustdag was, was het plein vol met keuvelende, slentereden mensen en kinderen. De binnenplaats is omgeven door galerijen, op het open gedeelte staan de gebouwtjes de zogeheten Koepel der klokken en de schatkamer. Deze staat op antieke zuilen en is versierd met 8e-eeuwse gouden mozaïeken. Midden op het plein een bassin waar de gelovigen zich kunnen reinigen voordat ze de gebedshal betreden. In de enorme eenvoudige gebedshal was het ook een drukte met mensen in gebed. Aan de linkerkant de vrouwen en in het midden en de rechterkant voor mannen. Overal zag je groepjes moslims die door een Imam werden toegesproken. In het midden van de gebedshal is er een tombe met daarin het hoofd van Johannes de Doper. Alles was erg indrukwekkend.

Na vier uur te hebbend gewandeld kwamen we om 19.00uur terug in het hotel. Na een lekkere douche kwam Norair ons weer halen om in de soek Bab Touma naar een restaurantje te brengen. De volgende dag gingen we op weg naar Hama met stops in Maalula en het kruisvaarders kasteel Krak des Chevaliers.

In Maalula, dat geheel christelijk is, hebben we het convent van St. Tecla, pupil van St. Paul, en het Byzantijnse klooster en kerk van St Sergius en Bachus bekeken. Mooie gebouwen van 325 n. C. Bijzonder is dat er in het plaatsje Amarisch wordt gesproken, de taal van Jezus Christus. In de kerk kregen we uitleg van een gids en kwamen we er achter dat de kerk zeer oude ikonen herbergt. Ook was er een gids die het Onze Vader gebed in het Aramisch voordroeg.

Verder ging het door het prachtige heuvelig gebied naar Krak des Chevaliers (Quala’at al-Hosn). Dit oudste kruisvaarders kasteel ter wereld lag strategisch gezien boven op een 750m hoge berg, zodat ze destijds een goed overzicht hadden op de weg naar Damascus en de doorgang door het binnenland naar de Zee. Het kasteel werd in 1031 gebouwd door de Emir van Homs. In 1157 lukte het de kruisvaarders het kasteel in handen te krijgen en later in 1202 kregen de Maltezer Hospitaal Ridders het in handen. Elf maal werd de burcht aangevallen, uiteindelijk werd het in 1271 door mohammedanen ingenomen. Onderleiding van een gids dwaalden we door gaanderijen, woonkamers, paardenverblijven, torens en over meters dikke muren.

Na de bezichtiging reden we naar ons Hotel in Hama. Dit plaatsje ligt aan de rivier de Orontes. ’s Avonds, voordat we gingen eten, konden we al een blik werpen op de eeuwen oude waterraderen (nourias) die het water van de rivier naar hoger gelegen irrigatiekanalen scheppen. Het christelijke stadje is bekend om zijn openlijk opstand in 1982 tegen de politieke Baath partij van de alawiet Assad. Het antwoord was afschuwelijk, de luchtmacht bombardeerde de stad en tanks en artillerie vielen de binnenstad binnen. Er vielen duizenden burgerslachtoffers. Bij daglicht de volgende dag nog eens de waterraderen bewonderd.

Hierna gingen we op weg naar Lattakia en de boot met stops te Apamea en het Mausoleum van de oud president Havez al-Assad. In een verlaten landschap stonden duizenden zuilen uit de Grieks-Romijnse tijd. Seleucis I Nicator, opvolger van Alexander de Grote, die de in 300 v.C gestichte nederzetting opstuwde en naar zijn vrouw Aphamea noemde. Na twee zware aardbevingen in 115 en 117 gaf de toenmalige Romeins keizer Trajanus opdracht de stad weer te herbouwen. Na het wegvallen van de handel tussen oost en west raakte de stad in verval. Wij hebben de 2 kilometer lange zuilenstraat, met in het midden een gedenkzuil, afgewandeld. Prachtige gerestaureerde zuilen, restanten van een kerk, blokken met afbeelding van o.a. Bachus en aan het eind een door de Belgen gerestaureerde poort. Alweer zo’n voor eeuwig verstilde overdonderende getuigenis uit het verleden.

Verder door de Orontes vallei en een ijzingwekkend tocht door de hoge bergen naar het Mausoleum van Havez al-Assad die in juni 2000 is overleden. Het Mausoleum staat in de geboorte plaats van de familie Quardaha. Het Mausoleum doet nogal pompeus aan en wordt goed bewaakt. Naast de overledene 2 bewakers die oppassen dat je niet te dicht bij de kist komt. In dezelfde ruimte ligt ook de oudste zoon van Assad, Basil, die bij een auto ongeluk om het leven kwam. Bij het verlaten van het Mausoleum kregen wij van de bewakers allen een klein kopje koffie aangeboden.

Hierna gingen we terug naar de boot, met eerst nog een ritje langs de supermarkt. Het is haast onmogelijk om alle indrukken van dit gevarieerde land te beschrijven. Ondanks de dikwijls warme dagen met hoge temperaturen hebben we veel gezien en gedaan. Wij vonden het in ieder geval een indrukwekkend oosters land, helaas moeten ook vermeld dat het een vuil land is. Overal zie je veel zwerfvuil, de voorziening van een vuilnisman hebben we nauwelijks gezien, ook daarom zie je geen vuilnisbakken.

Wij moesten nog 2 dagen wachten voor we onze uitreis papieren kregen. Normaal duurt dat 24 uur maar zondags werkt de douane niet. Op 28 september vertrokken we voor een nacht trip naar Libanon naar de plaats Jounieh. Daarover volgende keer meer.      

Foto's bij dit verslag:
Bekijk alle 80 foto's

Terug