Hieronder kan het verslag gelezen worden:

Geplaatst op: 06-08-2010
Verslag 67 Marmaris 2010

Wij hebben jullie verlaten nadat we in S. Urfa waren aangekomen. Onze 3e en laatste week van onze reis door Turkije werd door sommige van het reisgezelschap als onprettig ervaren doordat er nogal wat darmklachten ontstonden. Ook werden we de eerste dagen na aankomst in S. Urfa overvallen door een erge hitte van soms 48gr die wel een beetje de puf uit ons haalde. Ondanks dat hebben we de terugreis goed doorstaan door de airco in de auto en terug op de boot in Marmaris vonden we de temperatuur aldaar van 30gr aangenaam. Door de darmklachten van o.a. Jaap, Tom en Ans hebben we helaas niet zoveel kunnen zien als we wilden.

Op 29 juli hebben we een korte wandeling door S. Urfa gemaakt. De leuke Ottomaanse stad heeft kleine straatjes met mooie huizen, bazaar, een zeer oude Moskee, tuinen met karper vijvers en een kasteel op de heuvel van Damlacik. In de tuinen van Gölbaşi staat de bron van Calirrhoë waar naar men zegt aartsvader Abraham zijn dorst leste. Wij liepen door levendige straatjes, langs de bazaar met zijn theehuizen en langs een islamitisch kerkhof waar een nogal aparte begrafenisauto stond. De Ulu Moskee uit 1170 stond in de steigers voor renovatie. Op het bijbehorende kerkhof zagen we groene grafstenen. Bij navraag bleken die van mensen te zijn die ergens anders overleden waren en teruggebracht zijn naar Urfa.

Op 30 juli zijn we 45km naar het zuidoosten gereden naar Harran (Charran naam in de bijbel). Wij hebben een gids gevonden, Jamal, die ons door de ruïne stad rondleidde en de rest van de dag bij ons bleef om naar omliggende bezienswaardigheden te begeleiden. In Harran leven Arabieren en Irakezen. Jamal is van Irakese afkomst en studeert Toerisme aan de Universiteit van Urfa.

Geschiedenis van Harran:

Harran krijgt een vermelding in het Oude Testament en is bekend als de plaats waar Abraham en zijn stam verbleef voor hij naar Kanaän vertrok. Opgravingen bevestigde dat door kleitabletten die er gevonden zijn daterend uit de 18e eeuw v.C uit andere naburige nederzettingen. Zij droegen de namen van Abraham's familie (Genesis 11:10-31): Harran (Abraham's broer ), Peleg (Serug's grootvader), Serug (Groot-Abraham's grootvader), Nahor (Abraham's grootvader of broer), Terach (Abraham's vader). In de volgende jaren werd Harran een centrum voor de zon en de maan aanbidders. Een dubbele tempel van Sin ("Shahr" = "maan") en Shamash (zon) dateert uit de 16e eeuw v.C. Overheersing door verschillende naties (ca. Mitanni Rijk. 1400 en de 13e eeuw Assyrische Rijk) had weinig invloed in Harran om de status van een maan-aanbiddende centrum te veranderen.

Door de Babyloniërs (556-539 v.C Nabonid) werd er ook het Zonde cultus aan toegevoegd. Ook de opvolgers van Alexander de Grote en de Romeinen vereerden de maangod. De stad was bekend in die dagen als Karrai en later Carrhae. In 53 v.C vernietigde hier de Parthische Orodes II het leger van Crassus. In 217 v.C werd in Harran Caracalla (ook bekend van de Cendere Brug) vermoord op de weg van de tempel naar het paleis van de vorst en in 296 v.C versloegen de Sassaniden het Romeinse leger onder leiding van Galerius. Het was in 382 v.C dat alle heidense tempels werden verwoest door Theodosius de Grote behalve de Sin Tempel. De kalief Omayyad Marvan II verbleef in Harran van 744 tot 750 en men dacht dat hij zicht vestigde in de Ulu Cami in de nabijheid van de oudste islamitische universiteit. Een Mongoolse invasie in 1260 verwoest de stad en de Ottomanen kregen de controle over de stad in 1516.

Wat wij nog van de ruïnes gezien hebben zijn gedeeltes van de stadsmuren waarin nog de Aleppo poort overeind staat. De bijzonder bijenkorfhuizen waarvan er 1 ingericht is zodat je een idee krijgt hoe het ooit geweest moet zijn. De resten van de universiteit en moskee waren niet veel meer alleen de minaret was duidelijk te zien. Het fort bestond uit 3 verdiepingen en werd gebruikt in verschillende tijden. De datum van de bouw is niet bekend maar in 1059 werd het gerestaureerd door de Fatimiden. De grafheuvel, de Tumulus, werd door een team van Turks-Britse archeologen in 1951 blootgelegd. In 1983 vond een Turkse archeoloog een keramische afbeelding met spijkerschrift uit de tijd van de Babylonische koning Nabonid. De vondsten worden in het Museum van Urfa tentoongesteld.

Na de thee bracht gids Jamal ons naar de Bazda Mağaralari Grotten. Hij vertelde ons dat de Grotten als Tempel en als Hospitaal gebruikt zouden zijn. Echter op het internet werd er alleen vermelding gemaakt dat er in de grotten lange gangen werden gemaakt doordat men de mergel weghaalde voor de bouw van de steden Harran en Şuayb. Omringd door kinderen die er in de buurt woonden was het een bijzondere ervaring door deze gigantische grotten te lopen.

De rit naar de Göktas waar de Seljoek Han-el Barür karavanserai uit 1129 ligt ging door een zinderend woestijnachtig landschap. De serai werd opgericht door El Hac Husameddin Ali Bey Imad Bin Isa. De resten van de karanvanserai werden omringd door lemen huisjes waar mensen woonden die door het Zuidoostelijke Anatolië Project het land bewerken. Het project van dammen in de Euphraat en de Tigris zorgen ervoor dat het oostelijk deel van Turkije voorzien wordt van water. In dit gedeelte van het dorre en woestijnachtige land geeft het werk en komt er wat welvaart voor de bewoners.

Verder naar Şuayb naar een ondergrondse tempel waar volgens Jamal ooit de profeet Jetro is geweest. In de muren ingehakte beelden. De resten van de stad bevatten o.a. 7 kindergraven, waarom deze er waren was niet bekend. Wij hebben thee gedronken bij de 3e vrouw van een Turk die in Istanbul werkte. Zij zorgde voor de kinderen van de andere vrouwen. Je stapte binnen in een ruimte die ze gebruikte als keuken, dan een grotere ruimte die als woon en slaapkamer dienst deed en waar we op een kleed op de grond zaten. Langs de muren opgestapelde bedden.

Na de thee naar het dorp Soğmatar waar op de Tumulus resten van de stad en verder binnen het dorp een tempel met afbeeldingen te zien van menselijke figuren. In de tempel werden afbeeldingen van planeten aanbeden en vonden er offers plaats. Afbeeldingen van de goden zon- en maan zijn nog te zien in de Pagnon Grot en zijn afkomstig uit 2e eeuw n.C. In de late middag terug naar S. Urfa na een bijzonder dag van bezienswaardigheden. Jamal reed met ons terug en nam voor ons hotel afscheid, na wat onderhandeling betaalden we hem 80 Lira (40 Euro) voor zijn diensten.

Op 31 juli een rit van 426km van S. Urfa naar Mersin. We hebben alleen tolwegen gereden en konden dus flink opschieten. In één van de zijstraten van de promenade vonden we Hotel Gökham. Het hotel was schoon en op een aantal plaatsen versierd met Jugenstil ornamenten en glas in lood ramen met afbeeldingen uit de zelfde periode. Langs de promenade een mooi park met beelden uit diverse landen. Voor Nederland ontwaarde een na gebouwde molen. Verder met Ans wat gewinkeld in de leuke straatjes om het hotel en ’s avonds zijn we naar de oude vissershaven gewandeld om te eten op een restaurantboot.

Op 1 augustus 402km gereden van Mersin naar Alanya. Men had ons de weg langs de kust afgeraden omdat er veel wegonderbrekingen zouden zijn. We hebben tot Silifke (we konden nog net de Meisjesburcht in zee zien liggen) langs de kust gereden. Vandaar de weg door het gebergte naar Alanya. Onder weg in een bergdorpje heerlijke forel gegeten. Verder langs een mooi ravijn waar de Göksu Rivier doorloopt. In deze rivier is op 10 juni 1190 de Romeins-Duitse keizer Frederik Barbarossa verdronken. Zijn doel van de 3e kruistocht, de herovering van Jeruzalem, werd niet meer bereikt. Op de weg naar Konya is er nog een metalen gedenkplaat te zien die aan deze gebeurtenis herinnerd.

Vanaf Ermenek kregen we te maken met smalle wegen die opgebroken waren en waar werkzaamheden aan de gang waren. Op een gegeven moment was de weg middels een bord afgesloten. Wat nu? Een stuk terug hadden we een auto uit de richting zien komen waar wij naar toe moesten. Navraag leerde ons langs het bord rijden en onze weg vervolgen. Wij gingen wel een stuk de bergen door en langs diepe ravijnen. We kwamen laat aan in Alanya. Deze toeristische stad had niets aantrekkelijks en leek op de Spaanse Costa’s met zijn vele hotels en appartement. We vonden een Apart Hotel met beneden een restaurant waar we aten.

Op 2 augustus van Alanya naar Fethyie, gereden 353km. We wilden een hotelletje zoeken in een bergdorpje. Echter buiten wat grotere stadjes vind je deze nergens. We vonden een leuk pension, Irem Pension, aan de buitenkant van Fethyie. ’s Avonds heerlijk gegeten in het Yacht Hotel waarvoor we een aantal maal voor anker lagen. De rit naar Fethyie verliep zonder problemen. Wel werd de temperatuur aanzienlijk minder dan in het oosten waar we vandaan kwamen. Met een 35gr vonden we het al lekker.

Op 3 augustus de laatste 164km van Fethyie naar Marmaris Yacht Marina. In een zucht waren we tegen de middag weer op onze boot. Heerlijk vonden we het, we liggen met onze boten aan de buitenste steiger, in de wind en 28gr was een opluchting. De boten lagen er prima bij. Josje en Gerard, die met hun Mermaid op de kant staan voor reparatie, hebben af een toe een oogje op de boten geworpen. Zo kwam een eind aan onze 3 weekse tocht door Turkije. We hebben 4422km afgelegd, buiten de dagtrips. We waren vermoeid bij thuiskomst maar dat is snel overgaan. De indrukken van deze reis gaan we nu nog verwerken en we blijven nog een aantal dagen in de Marina liggen. Ons contract loopt op 11 augustus af. Wat we daarna gaan doen lezen jullie een volgende keer.

Foto's bij dit verslag:
Bekijk alle 36 foto's

Terug