Hieronder kan het verslag gelezen worden:

Geplaatst op: 29-07-2010
Verslag 66 S. Urfa juli 2010

In de 1e week van onze reis hebben we jullie verlaten in Erzurum waar onze mini bus niet meer startte. Op 23 juli begon onze 2e week en kwam er een monteur die tot de conclusie kwam dat de accu kapot was. Met een aantal kabels de auto gestart en Jaap is meegereden naar de garage voor een nieuwe accu. De verhuurder van de bus meldde dat we het geld dat we betaalden voor de accu in Marmaris terug krijgen. We gingen op weg voor een korte rit van 207km naar het stadje Kars dat op 1768m hoogte ligt en vlakbij de Armeense grens. We vonden een hotel, Bizim-2 Otel, in een drukke straat waar wat weg werkzaamheden aan de gang waren. Na een fikse regen- en onweersbui was de straat een modderpoel geworden.

Op 24 juli hebben we de Middel Eeuwse Stad Ani bezocht. Deze ligt 45km van Kars aan de Armeense grens en maakte deel uit van het niemandsland dat door de Sovjet Unie was ingesteld. Van deze eens prachtige hoofdstad van het Armeense Rijk, opgericht door de Bagratiden dynastie, staan nog maar enkele ruïnes ter bezichtiging. Van de ommuurde stad staan er 2 poorten overeind. Enkele gebouwen verrijzen uit de steen vlakten, talrijke kerken w.o. De Kerk van de Verlosser verminkt door een blikseminslag in 1957. Lager gelegen het Mariaklooster, de kathedraal zonder koepel, een seljoek moskee en meer naar het zuidwesten een citadel. In het diepe ravijn loopt de Arpaçayrivier die de grens aangeeft van Turkije en de Armeense Republiek. Langs de rivier kon je een stuk pad volgen dat eens een onderdeel was van de zijde route. De verdwenen brug die de verbinding was tussen de 2 landen kon je nog duidelijk zien. De stilte van de plaats en haar grootsheid eens maakte indruk op ons.

Op 25 juli in de ochtend de 204km naar Doğubeyazit gereden. Onder weg konden we al een blik werpen op de berg Ararat (Agri Daği in het Turks). Het was voor ons een bijzonder moment daar het verste doel van onze trip bereikt was. In het zeer stoffige plaatsje een hotel gezocht. Het werd in een drukke straat zo op het eerst gezicht redelijk hotel Ortadoğu. Na bezichtiging van de kamers leken ze redelijk schoon. Na het installeren kwamen we erachter dat er behoorlijk wat stof en vuil aanwezig was. Afijn we hebben het ermee gedaan.

’s Middags zijn we naar het 7km verder gelegen paleis van Ishak Paşa gereden. Het paleis ligt mooi in een ruig en bergachtig landschap niet ver van de Iraanse grens. De bouw van het paleis begon in 1685 in opdracht van Çolak Abdi Paşa. Het kreeg echter de naam van zoon Ishak Paşa, een plaatselijke Ottomaanse gouverneur die het in 1784 voltooide. Via het 1e plein, waar de karavanen de levensmiddelen voor het paleis aanvoerde, kom je op het 2e plein van het eigenlijke paleis. Alles is nog in goede staat, de harem, de officiële vertrekken, de moskee, de keuken, hamam en moskee. De mooiste ruimte was de eetzaal met zijn elegante bogen. Vanaf het paleis had je een schitterend uitzicht over de bergen en Doğubeyazit.

Op 26 juli hebben we een paar trips gemaakt. Als 1e naar de berg Ararat met een hoogte van 5137m die een grote trekpleister is. Wij konden uit onze hotelkamer de berg zien en overal waar je kwam in de omgeving keek je wel even of je hem zag. We hadden het pad die naar het 1e basis kamp leidde van een gids gekregen. Als je echt de berg wilt beklimmen naar een hoogte van 4000m ga je met gidsen en paarden die de bagage en tenten meenemen en heb je minimaal 4 dagen nodig. Wij hadden visioenen van de Mount Everest voor zo’n onderneming. Naar het basiskamp op 2000m zou het met de auto te doen zijn al was het wel een erg ruig pad. Al hobbelend zijn we een eind gekomen tot een 15 minuten lopen voor het basiskamp. De grindweg werd te stijl en de wielen van de auto begonnen door te draaien. Wij allemaal uit de auto en Jaap doorgereden tot een uitsparing. We hadden toch een groots uitzicht op de berg en hebben genoten. Ine en Geert trokken de bergschoenen aan en zijn naar het basis kamp geklommen.

Voor de 2e trip gingen we naar Noach’s Ark (in het Turks Nu’hun Gemisi) in de nabijheid op een berg bij de Ararat. Deze, volgens Hasan de beheerder van het Museum, is door hem en een Amerikaan Wyat als DE Ark als enige echte opgegraven. Wij betwijfelen of dit allemaal wel waar is. Afijn als je je fantasie gebruikt kan het een schip geweest zijn. De vele artikelen die ophangen moeten je twijfel wegnemen. Maar zoals we bedenken houden we het maar op een historische raadsel.

Dan als 3e trip naar de Iraanse grens waar vlak voor een Meteoor gat te zien is. Voor de grens lange rijen vrachtwagens aan beide zijden te zien. Wij reden het pad in waar de Meteoor inslag te zien is. We reden verkeerd en werden door de grenswachters gesommeerd een weg terug te nemen. We kwamen tenslotte toch te recht bij de Meteoor inslag die daar in 1892 naar beneden is gekomen. Hij bezorgde een gat, die door het basalt is gegaan, van 35 meter breed en 60 meter diep en is na Alaska de 2e grootste inslag op de wereld.

Op 27 juli een korte rit van 279km naar het meer van Van. We hebben een hotel gevonden in het stadje Tatvan. Het Hotel Tatvan Kardelen is vergeleken met wat we tot nu gehad hebben erg schoon heeft een zitje, bureautje en ijskastje. De douche in het ligbad is ook weer eens wat anders. De weg hier naar toe ging voorspoedig en onderweg koffie gedronken bij de watervallen van Muradiye Selalesi. Niet erg spectaculair maar een leuke onderbreking.

Op 28 juli een lange rit van 435km naar Şanli Urfa vlakbij de grens van Syrië. Wij hadden via internet onze komst aangekondigd in Hotel Harran. We kregen nette kamers aan de achterkant met uitzicht op het zwembad. Inmiddels zijn we op weg naar het zuidwesten en dat is goed te merken aan de temperatuur. Wij moeten weer wennen aan de hitte van soms meer dan 37gr. en waren blij met de airco op onze hotel kamer.

De stad Edessa (Urfa) is één van de oudste steden uit de (bijbelse) geschiedenis. De profeten Abraham, Job, Jethro en zelfs Sint Joris zouden hier geweest zijn. Daarna werd het antieke Edessa achtereenvolgens gebruikt als basis door Seleuciden, Byzantijnen, Perzen, Turken, Arabieren en zelfs door kruisvaarders. Er zijn helaas weinig resten bewaard gewaard gebleven. Wat we zoal gaan zien van de oude stad en het nabij gelegen Harran (Charran) lezen jullie een volgende keer.

Foto's bij dit verslag:
Bekijk alle 32 foto's

Terug