Hieronder kan het verslag gelezen worden:

Geplaatst op: 15-08-2009
Verslag 51 Ayvalik augustus 2009

Op 1 augustus hebben we Istanbul verlaten. Nadat Tom en Ans, met hun zoon Bas, waren vertrokken werd het erg stil op onze steiger en dachten we het is eigenlijk wel genoeg geweest. De ruim 3 weken hebben we erg genoten van Istanbul en het weer was goed om weer naar het zuiden af te zakken. Ons eerste doel was het vissersplaatsje Silivri. Onderweg een 3 tal keren dolfijnen om de boot gehad. Het relaxte zeilen met een snelheid van een knoop of 4 bracht ons haast in moeilijkheden. We gingen lekker langs de kust en vergaten het onderwater rif bij het plaatsje Selimpasa, we zeilden net binnen de markeringsboei. Toen de dieptemeter sterk terug liep werden we wakker en keerden we snel, om naar het diepe gedeelte te gaan. De kust waar we langs voeren was vol toeristencentra. De lange stranden waren in deze vakantietijd goed bezet.

Helaas was er in Silivri geen plek voor ons. Wel te begrijpen op een zaterdag met ook nog eens een weer voorspelling van onweer en regen, alhoewel wij dat niet gehad hebben maar wel aan de kant van de Zwarte Zee. Buiten de haven pier kon je ook ankeren maar dat vonden we niets want er stond een NO wind van 3 á 4bf en de zee was daar tamelijk onrustig. Uiteindelijk zijn we verder gegaan op ons voorzeil en we hebben met een slakken gangetje de 42nm afgelegd naar de baai bij Marmara Ereğlisi. Voor het strand waar het een 3 meter diep is hebben we ons anker uitgegooid. Het vissersplaatsje biedt geen mogelijkheid om er naar binnen te gaan met een diepte van 1.50meter. De omgeving is niet erg interessant want er zijn nogal wat olie raffinaderijen en steigers waar grote olietankers aan liggen. Ons uitzicht was op het strand waar veel toeristen aan het zwemmen waren en ook de appartementen met restaurants gaven een vakantie idee. Jaap is aan land geweest naar de kleine supermarkt om vers brood te halen.

Op 2 augustus naar het eiland Marmara naar het plaatsje Saraylar. De 24nm geheel motorzeilend afgelegd. We zijn voor anker gegaan in de oost baai voor het strand. Een prima plek die redelijk beschermd is tegen de meltemi. De plaats is bijzonder door de marmer afgravingen waar we door omgeven werden. Saralyar hete in de 19e eeuw Palatia toen er nog een Grieks bewind hier werd gevoerd. Door de marmer verwerking is het wel eens rumoerig bij de commerciële kade. Wij hebben er geen last van gehad. We zijn met de bijboot naar het dorp geweest, je had er een kleine supermarkt de Dia. De kleine vissershaven is omgeven met prachtige sculpturen van marmer. De golfbreker is ook van marmer. Alles om ons heen staat in het teken van de marmerindustrie. Erg bijzonder. Ook bijzonder is dat er sinds 1998 door de Gemeente Saralyar en de Mimar Sinan Arts Universiteit ieder jaar een marmer sculptuur symposium wordt georganiseerd. De uitgekozen beeldhouwers krijgen de kans om hun werk, dat bezit wordt van de Gemeente Saralyar, te laten zien in en rond de plaats. Wij hebben uiteraard een stukje marmer mee genomen als aandenken aan deze plaats en het eiland.

Op 3 augustus naar Türkeli op het eilandje Aşva. Wij hadden daar in het noorden van het eilandje een onafgemaakte haven gezien toen we er op de weg naar het noorden langs kwamen. De 13nm geheel op de genua gezeild. De haven is erg rustig doordat deze buiten de bebouwde kom ligt. Helaas geen voorzieningen zoals water of elektrisch. Er liggen alleen wat kleine vissersboten. Voor de meltemi die wel iedere dag met een 4 á 5bf waait lagen we prima aan de linker kade bij binnenkomst van de haven. Het is daar een 4 á 5 meter diep, aan de kade tegenover de haven ingang is de diepte wat dubieus doordat er op sommige plaatsen rotsen te zien zijn. Aan de lange kade aan de rechterzijde bij binnenkomst is er wel voldoende diepte, er liggen weinig (2) boten omdat het lagerwal is met de meltemi wind. De vissers die binnenkwamen probeerde wel met ons te praten wat helaas erg moeizaam ging men sprak alleen Turks. Wij ontdekte dat de weg die van de haven naar boven liep op de driesprong een bus halte had. Het hete hier geen Dolmus bus maar een Doerak. Wij zijn met de bus eerst naar het verder gelegen Ciftlik en toen terug naar het hoofdstadje Türkeli gegaan. We keken onze ogen uit naar het leuke eilandje met altijd weer uitzicht op de mooie blauwe zee en de omringende eilanden Marmara en Ekinlik. Het plaatsje Türkeli is net een gezellige Spaans badplaatsje. Veel kleine supermarkten, slagers, groente en fruit markt. De promenade langs de (overvolle) stranden zijn met veel restaurantjes en souvenir winkels. We ontdekten de wijn die hier op het eiland Aşva gemaakt wordt. We hadden 1 fles gekocht om te proberen, de volgende dag gelijk een kleine voorraad gekocht want we vinden de wijn erg lekker. We zijn drie dagen gebleven (we hadden wel langer willen blijven) voordat we zagen dat de watervoorraad sinds Istanbul al aardig geslonken was en we besloten weer verder te trekken.

Op 6 augustus in de middag vertrokken naar de ankerplaats Kemer. De 20nm voor de helft gezeild met een 4 kn snelheid. De wind was in het begin zo 4bf later zakte het wat af. De zee was wel wat woelig toen we Kemer naderde, op de ankerplaats naast het vissershaventje was daar niets van te merken. We zijn niet aan land geweest.

Op 7 augustus al vroeg op weg voor de 40nm naar Çanakkale. De wind was nog niet veel, wel echter het water. Dit was zeer woelig en is heel de weg de Dardanellen door zo gebleven. We gingen eerst met de genua en de motor bij. Later kregen we echter een 5bf (soms uitschieters naar 7bf) en konden we zeilen tot de ingang van de haven. We zijn met de neus naar de kant gaan liggen want om met veel wind te gaan manoeuvreren in de haven is niet aan te raden. In het stadje was het erg gezellig. Veel toeristen en langs de promenade de terrassen vol. We zijn ’s avonds het oude stadsdeel door gewandeld, erg leuk. Op een terras een lekker broodje kebab gegeten. De volgende dag naar de Carrefour supermarkt om wat vlees en verse groenten te halen. We maakten kennis met onze beide buren, Amerikanen uit Washington bootnamen ChaliVentures III en Mistique, die al jaren samen opvaren hier in de Med. De man, Jack, vertelde veel van de Turkse haventjes die wij aan willen doen. Zij kwamen van de Zwarte Zee en hadden het noorden van Turkije gedaan. Zij bleven net als wij een paar dagen hier liggen tot de meltemi wat minder wordt. De afgelopen dagen blaast die aardig hier in de haven en zelfs met 8 en 9bf in het gebied waar we naar toe willen.

Tijdens een wandeling langs de promenade zagen we een afbeelding van Piri Reis hij was een Ottomaans zeevaarder, navigator en cartograaf. Hij werd geboren tussen 1465 en 1475 in Gelibolu aan de overkant van Çanakkale als Muhiddin Pin. Één van zijn ooms, Kemal Reis, was een beroemde piraat en later admiraal van de Sultans vloot. De Piri Reis Wereldkaart werd door hem getekend in 1513 op gazellehuid en wordt momenteel in het Topkapi Paleis/Museum in Istanbul tentoongesteld. Op deze oude kaart staan al gebieden getekend die door Columbus nog geen 20 jaar eerder waren ontdekt. Verder aan het eind van de promenade de Moskee en daarachter een afgesloten terrein van het leger. Bij de vlag op de heuvel geeft een boord aan, 18 maart 1915, dat herinnert aan de Gallipoli Oorlog die de Turken wonnen van de geallieerden. Wandelend langs de Universiteit, Çanakkale is een universiteit stadje, zagen we niet veel studenten i.v.m. de zomerstop denken we. Op de heenreis hadden we n.l. een student gesproken die naar huis ging met vakantie, hij bracht ons toen naar de Carrefour.

Op 11 augustus was de weersvoorspelling gunstig om weer verder te gaan. Om 6 uur vertrokken de Amerikaanse buren en waren we om 6.30uur gereed om ook te vertrekken. De bestemming was Bozacaada een eilandje voor de ingang van de Dardanellen en 26 mile v.a. Çanakkale. Bij ons vertrek hadden we al een aardige 3bf in de rug. De genua op en de golven mee plus een dikke 3 á 4 knopen stroom mee en we werden voor ons doen de Dardanellen uitgespuugd. Onze top was een 9.4kn snelheid op de log en na 1 ½ uur hadden we de Dardanellen achter ons. Om 10.00 uur naderden we reeds Bozcaada, te vroeg om te stoppen. Inmiddels een 5bf in de rug en de golven mee gaf ons een gevoel van vleugels, we gingen als een speer. We besloten dan ook door te gaan naar de Ayavalk Archipel, gebied met 23 kleine eilanden, een trip van 75nm.

Nadat we kaap Baba Burun gerond hadden kregen we een mile lang te maken met valwinden. De pilot had het al aangegeven. Daarna was de wind verdwenen en werd de zeestraat tussen Turkije en het eiland Lesbos spiegelglad. Het laatste stuk op de motor, we kregen een dolfijn om de boot spelen en later ook nog pech. Een geluid als een schorre sirene klonk vanuit de motorruimte. Wat bleek de ventilatiemotor in de motorruimte was vastgelopen. Jaap heeft de ventilator ontkoppeld en de afdek kappen van de motor weggelaten voor de ventilatie voor het laatste stuk. We kwamen om 18.30uur aan in de baai van Poroselene (Gümüş Köyü). Schitterende baai tussen het eiland Maden en Alibey, we ankerden in kristal helder water in het gedeelte onder de ruïne.

De baai is uit de Griekse en Romeinse tijd en Pausanias schreef: Hij had met zijn eigen ogen gezien in Poroselene, een dolfijn vervuld van dankbaarheid voor een kind. Het kind had de door vissers gewonde dolfijn verzorgd. Pausanias zag dat de dolfijn op de roep van het kind kwam en hem droeg overal waar hij wilde. De volgende dag een relax dag. Lekker gezwommen en van het zonnetje genoten. Het is hier wat warmer dan in de Zee van Marmara zo rond de 30gr. In Çanakkale hadden we ’s morgens nog 18 gr. en overdag 24 gr. We hadden daar ook weer voor het eerst sinds weken weer een deken over het laken gedaan ’s nachts wegens de koelte. Jaap heeft de ventilator gedemonteerd, schoongemaakt en ingevet. De ventilator doet het wel weer maar moet vervangen worden. We gaan op zoek naar een Plastimo dealer. Een wandeling naar de ruïne mislukte, er was geen pad alleen bossage met stekels. Wel langs een klein strandje gewandeld.

Op 13 augustus naar Ayvalik de 7nm op de motor gedaan. We zijn naar de marina gegaan want er is daar een reparatiebedrijf i.v.m. de aanschaf van de ventilator. Na het inchecken voor 2 nachten gelijk naar de werkplaats. De man aldaar heeft alle moeite gedaan om een ventilator voor ons te pakken te krijgen. Helaas de Plastimo wordt volgens de dealer in Kalamis (Istanbul) niet meer gemaakt. Dus op zoek in de boeken naar een passend ander merk. We kwamen op een ventilator van Vetus die met wat aanpassing op de uitlaatslangen past. Wij kwamen op donderdag aan en zaterdag kon hij geleverd worden. We hebben nog een nacht bij geboekt zodat we de tijd hebben om de klus te klaren. We zijn naar Ayvalik gewandeld. Een kwartiertje lopen en we kwamen in een erg druk toeristen plaatsje met leuke kleine straatjes. De promenade vol terrassen waar je zowaar een biertje en een raki kon krijgen. Na de wandeling naar de Migros een grote supermarkt naast de Marina. De Marina is van alle gemakken voorzien, mooie douche en wc, wasmachine, droger, je kunt er strijken en ze hebben wifi.

De volgende dag naar Bergama. De bus die er rechtstreeks, via Dikili, naar toe gaat stopt voor de Marina. In Bergama op het busstationnetje een taxi gehuurd voor 3 á 4uur voor 30,- Euro. Bergama is de Turkse naam voor wat vroeger Pergamon hete. De oorsprong van Perganom gaat terug naar de bronstijd, maar pas vanaf de 4e eeuw v. C. ontwikkelde zich het tot een belangrijk sociaal en cultureel centrum. Na Alexandrië bezat het de grootste bibliotheek ter wereld. Uit vrees dat men hen zou overtreffen stelde de Egyptenaren een handelsembargo in voor papyrus (papier). De toenmalige heerser Eumenes, een verwoed boekenverzamelaar, liet onderzoek doen naar alternatieven. De nieuwe uitvinding was ‘perkament’. Dunne gepolijste en gedroogde geiten- en schapenvellen die de inwoners van Pergamon in stukken sneden en aan elkaar bonden. Zo vonden ze het gebonden boek, de ‘codex’ uit. De Egyptenaren konden later triomferen toen Marcus Antonius de hele bibliotheek aan zijn geliefde Cleopatra schonk. Helaas is de bibliotheek in Alexandrië bij een brand in vlammen opgegaan.

Wij hebben de op 270 hoog gelegen Akropolis bezocht. Er zijn veel van de opgravingen door een Duitse Archeloog naar Berlijn verscheept. De resten geven toch een indruk hoe de gemeenschap aldaar ooit geweest is en het uitzicht over de omgeving is grandioos. Het theater met 87 in de helling uitgehouwen zetels , de tempel van Trajanus, de restanten van de Tempel van Dionysus zijn nog het meest herkenbaar. In het stadje ligt het restant van de rode kathedraal Kizil Avlu. Deze was gewijd aan de Egyptische goden Serapis, Isis en Harpocratus. Ons volgden doel is het aan de overkant gelegen Griekse eiland Lesbos. Wat we daar verder beleven lezen jullie een volgende keer.

Foto's bij dit verslag:
Bekijk alle 38 foto's

Terug