Hieronder kan het verslag gelezen worden:

Geplaatst op: 13-08-2007
Verslag 3 La Rochelle augustus 2007

Wij hebben jullie verlaten met het vorige verslag in Lezardrieux. Wij hebben daar aan een boei (mooring) gelegen. De bijboot onze Zodiac opgeblazen en naar de kant om de havenmeester op te zoeken. Wij waren achteraf blij dat er geen plaats in de haven was. Deze kostte n.l. Eur 33,- voor 1 nacht, de boei echter Eur 20,-. De rivier de Trieux en het plaatsje zijn erg mooi.

De volgende dag, 1 augustus, was het de bedoeling naar Trebeurden. Wij hebben echter de koers onderweg gewijzigd en zijn wat verder gegaan en terecht gekomen in Primel-Tregastel. Bij vertrek leek het erop dat er lekker te zeilen was. Met volle zeilen gingen we echter te langzaam zo 3 knopen. De gennaker erop, ons dunne voorzeil. We gingen niet veel harder, doordat de wind steeds verder afnam naar 1 bf. Wel kregen we steeds meer stroom mee. Dus motorzeilen en naar Primel-Tregastel. Dit is een inham, tussen rotsen door varen, waar alleen wat plaatselijke vissers bootjes liggen. Voor gasten hadden ze 10 moorings aan de diepwater kant gelegen. Met de bijboot naar de kant en hebben een mooie wandeling om de baai gemaakt. Verder stonden er wel wat huizen en een hotel, echter geen winkel te bekennen, daar moest je voor naar een ander dorp 2 km verderop vertelde een visserman. ’s Nachts wel liggen rollen omdat er wat golven de baai in kwamen.

De volgende dag naar l’Aberwac’h was het weer niet je van het. Westen wind 3bf, koud 15gr en regen voorspeld. Het 1e stuk goed kunnen zeilen. Bij het eiland Île de Batz moesten we door een erg smal kanaal, daar stroomde het erg en we raceten er doorheen. We hadden wel het voorzeil ingerold en de motor bijstaan. Na het kanaal de zeilen weer op, jammer genoeg ging het toen zo hard regen dat de golven er plat van sloegen. Na een tijdje werd de regen wel minder maar is de verdere trip wel gebleven tot de ingang naar l’Aberwrac’h. Daar werd het zonnig en hebben de rest van de tijd aldaar lekker in de kuip zitten bij warmen en ’s avonds een wandeling gemaakt. Klein dorp met wat restaurantjes echter geen winkel, deze was 1 1/2km verderop bergopwaarts.

Vrijdag 3 augustus naar Camaret Sur Mer. We moesten deze trip goed voorbereiden qua stroom. Het Chenal du Four kun je het beste bevaren met goed weer. Dit kanaal ligt tussen het vaste land en een groepje eilanden bij Île Qessant. Volgens de boeken staat er altijd een deining die instroomt van de oceaan. Wij hadden golven die mee vielen van 0,5 tot 1 meter tot de vuurtoren le Four. Daarna, waar eigenlijk het kanaal begon, een glad zeetje en de stroom die wij verwachten viel ook erg mee. We hebben wel dicht bij de kust van Bretagne gevaren. Heel mooi, ruig en veel rotsen. Bij aankomst in Camaret, kwamen we bekende tegen. Gerard en Jos van de Mermaid en Hans een solozeiler die we in Cherbourg ontmoet hadden. Een gezellig weerzien en we werden gelijk voorzien van info over supermarkten, bank etc. Camaret ligt in een mooie baai met strand en een aantal bezienswaardigheden. We zijn een aantal dagen gebleven om deze te bekijken. Veel ateliers van kunstenaars zijn er te zien. Camaret stond ook bekend als kreeften haven, echter in de 80 jaren heeft dit een gevoelige knauw gekregen door de langoestenoorlog met Portugal en Ierland. Het Chateau Vauban is opengesteld voor het publiek. In de Chapelle Notre Dame de Rocamadour, een kerk uit 1527, worden exposities gehouden. Met de fietsjes zijn we naar de Pointe de Pen Hir gegaan. Het einde van de landtong Presqu’ile de Crozon. We kwamen langs het Musée Memorial de la Bataille de l’Antique, een museum ter ere aan de gevallen marine mensen in de oorlog. Verder langs opmerkelijke megalieten (kwartsstenen) van Crozon. Zo 140 van deze stenen vormen drie lange rijen. Een megaliet is een prehistorisch monument en was een cultus-en/of grafmonument. Prachtig uitzicht over de zee met drie opmerkelijke rotsblokken in zee, deze heten de Tas de Pois. De Mermaid en Hans waagde de oversteek van de Golf van Biscaye naar la Coruna en zijn met goed weer vertrokken. De Dulce, met Tom en Ans, vertrekkers 2007 die we ontmoet hebben op de Zeilenbijeenkomst in Enkhuizen, kwamen hier ook aan. Een leuk weerzien, leuk geborreld bij elkaar en wat zeilers wetenswaardigheden uitgewisseld. Al met al heel leuke dagen met redelijk weer.

We zijn op 8 augustus naar Bénodet gezeild. Een trip die wij niet zo hadden gepland. We moesten met goed weer door de Raz de Sein. Een smalle doorgang tussen het vaste land en het eiland Sein. Volgens de Reeds, de bijbel voor zeilers, moest deze doorgang het liefst met stilstaand water en goed weer genomen worden. Wij waren al vroeg op pad om deze doorgang te nemen. We waren er ook met stilstaand water en we hadden daar weinig wind. Dus achteraf viel alles mee. We wilden naar Audriene een trip van 28 mile, maar na de Raz werd het zulk mooi zeilweer dat we de koers verlegde naar Bénodet en dus 58 mile gingen die dag. Na aankomst een boei opgepakt en naar de wal met de bijboot om de omgeving te verkennen. Bénodet ligt een stukje de rivier de Odet op. Wij hadden uitgerekend dat als we aankwamen het tij stilstond en dus weinig stroom te verwachten. Het plaatsje is voor een strandvakantie erg leuk. Wij hebben overnacht aan een boei en zijn met de bijboot naar de kant gegaan voor een wandeling. De volgende dag naar het eiland Belle Île naar Le Palais. Half gezeild en gemotord. Wij hadden gedacht een mooi eiland aan te treffen. We hebben er echter weinig van gezien. We kwamen aan en de haven was vol. We moesten zoeken naar een boei buiten de haven. Deze waren haast allen bezet door de grote drukte. We hebben een privé boei opgepakt, hier is niemand om gekomen. Met de bijboot naar de kant. Een hele vakantie drukte, je kon amper lopen van de vakantiegangers. Er kwam ieder half uur een ferry mensen brengen en halen. In deze vakantietijd dus afgeladen. Wij hebben nog een kleine wandeling gemaakt richting Fort Vaubin maar zijn niet naar boven gegaan. ’s Nachts ging de wind draaien en lagen we te rollen achter de boei, weinig geslapen en vroeg vertrokken. Naar Joinville op het eiland île D’Yeu een mooie trip, na enkele uren gezeild te hebben ging de wind liggen en werd het voor het eerst erg warm 27gr in de kuip. We vonden dat wel lekker. Het eiland is erg leuk, niet te druk en veel vis te koop. Na de wandeling lekker mosselen en stokbrood gehaald en vroeg naar bed.

Op 11 augustus vroeg vertrokken voor een trip van 63 mile naar La Rochelle. Bij aankomst keken we onze ogen uit, wat een grote haven is Minimes. Deze nieuwe haven telt 3000 plaatsen en 300 plaatsen voor passanten. Een dorp op zich, maar alles prima geregeld. Voor zeilers is het een paradijs wat je hier ziet aan zeilboten en racers. Vanaf deze haven gaat er iedere 30 minuten een bus-boot naar de oude haven midden in het vestingstadje. Wij hebben daar een paar wandelingen gemaakt, er is veel te zien en de sfeer is erg Frans. De ingang ligt tussen 2 torens de Saint Nicolas (36m hoog) een 15e eeuws militaire bouwkunst en de la Chaîne, deze wordt zo genoemd vanwege een enorme ketting die over haveningang werd gespannen om ongewenste schepen te weren. Deze toren is ook verbonden door een muur met Tour de la Laterne, de oude vuurtoren, met gotische spits die lang als gevangenis dienst heeft gedaan. Vanaf de torens heb je een mooi uitzicht over de zee en de vesting. De Porte de la Grosse Horloge (stadsklok) uit de 14e eeuw geeft toegang tot het stadscentrum. Erg leuk en levendig. Muziekmakers op een plein en volle terrassen maken de sfeer. Er is te veel te zien in de paar dagen die we hier blijven voor we weer verder gaan. Het weer is wel wat onstabiel maar wel warm. Volgende keer hopen we verslag te maken vanuit Spanje.

Foto's bij dit verslag:
Bekijk alle 26 foto's

Terug